Als ik de liefde niet heb...

Antoinette Van Mossevelde

1 Ko 13:1-17

Al spreek ik de taal van mensen en engelen – als ik de liefde niet heb, ben ik een galmend bekken of een schelle cimbaal. Al heb ik de gave van de profetie, al ken ik alle geheimen en alle wetenschap, al heb ik het volmaakte geloof dat bergen zou kunnen verzetten – als ik de liefde niet heb, ben ik niets Al deel ik al mijn bezit uit, al geef ik mijzelf prijs om mij daarop te kunnen beroemen – als ik de liefde niet heb, helpt het mij niets. De liefde is geduldig en vriendelijk; de liefde is niet afgunstig, zij praalt niet, zij verbeeldt zich niets. Zij gedraagt zich niet onfatsoenlijk, zij zoekt zichzelf niet, zij laat zich niet kwaad maken en rekent het kwade niet aan. Zij verheugt zich niet over onrecht, maar vindt vreugde in de waarheid. Alles verdraagt zij, alles gelooft zij, alles hoopt zij, alles verduurt zij.

 Hymne à la charité

 

Een sprekende metafoor

Marie-Anne De Cocker

1 Ko 12:19-31

Als zij allemaal samen één lichaamsdeel vormden, waar bleef dan het lichaam? In feite echter zijn er vele lichaamsdelen, maar is er slechts één lichaam. Het oog kan niet tegen de hand zeggen: ‘Ik heb je niet nodig’, en evenmin het hoofd tegen de voeten: ‘Ik heb jullie niet nodig.’  Nog sterker, juist die lichaamsdelen die het zwakst schijnen te zijn, zijn onmisbaar. En die lichaamsdelen die wij beschouwen als minder eerbaar, eren wij des te meer. Onze minder edele delen worden daarom met grotere kiesheid behandeld; de andere delen hebben dat niet nodig. God heeft het lichaam zo samengesteld dat hij aan het mindere meer eer gaf, opdat er in het lichaam geen verdeeldheid zou zijn en de lichaamsdelen eensgezind voor elkaar zouden zorgen. Wanneer één lichaamsdeel lijdt, delen alle andere in het lijden; wordt één lichaamsdeel geëerd, dan delen alle andere in die vreugde. Welnu, u bent het lichaam van Christus, en ieder van u is van dit lichaam een onderdeel. Nu heeft God in de gemeente allerlei mensen aangesteld, allereerst apostelen, vervolgens profeten, en verder leraren; voorts is er de gave om wonderen te doen, te genezen, te helpen, te besturen en in talen te spreken. Niet iedereen kan apostel zijn, of profeet, of leraar. Kunt u allen wonderen doen? Hebt u allen de gave om te genezen, in talen te spreken en uitleg te geven? Streef naar de hoogste gaven! Maar eerst wijs ik u een buitengewoon voortreffelijke weg.

 Notre accomplissement en Dieu

 

We eisen ons recht op

Patrick Lens


1 Ko 12:12-18


Ons lichaam met zijn vele delen vormt één geheel, en alle lichaamsdelen, hoe vele ook, zijn samen één lichaam; zo is het ook met Christus. Want wij allen, Joden en Grieken, slaven en vrijen, zijn in de kracht van een en dezelfde Geest tot één lichaam gedoopt, en allen zijn wij doordrenkt van één Geest. Een lichaam bestaat nu eenmaal niet uit één lichaamsdeel, maar uit vele. Veronderstel dat de voet zegt: ‘Omdat ik geen hand ben, hoor ik niet tot het lichaam’, hoort hij dan niet tot het lichaam? En als het oor zou zeggen: ‘Omdat ik geen oog ben, hoor ik niet tot het lichaam’, hoort het dan niet tot het lichaam? Als het hele lichaam oog was, waar bleef dan het gehoor? Als het helemaal gehoor was, waar bleef dan de reuk? God heeft nu eenmaal de lichaamsdelen elk afzonderlijk hun plaats in het lichaam toegewezen, zoals Hij het gewild heeft.

 Diversité de dons

 

Eenheid en verscheidenheid in de gemeenschap

Marcel Braekers

1 Ko 12:1-11

Ook omtrent de geestelijke gaven, broeders en zusters, mag ik u niet in onwetendheid laten. Weet u nog hoe u, als heidenen, onweerstaanbaar tot de stomme afgoden aangetrokken werd? Daarom zeg ik u nadrukkelijk: niemand die onder invloed van de Geest van God is kan zeggen: ‘Jezus is vervloekt’, en niemand kan zeggen: ‘Jezus is de Heer’, tenzij onder invloed van de heilige Geest. Er zijn verschillende gaven, maar de Geest is een en dezelfde. Er zijn verschillende vormen van dienstverlening, maar de Heer is een en dezelfde. Er zijn verschillende uitingen van bijzondere kracht, maar het is een en dezelfde God, die alles in allen tot stand brengt. Maar aan ieder van ons wordt de openbaring van de Geest gegeven tot welzijn van allen.  Aan de een wordt door de Geest een woord van wijsheid gegeven; aan een ander een woord van kennis, krachtens dezelfde Geest; aan een derde door dezelfde Geest het geloof; en aan weer anderen schenkt diezelfde Geest de gave om ziekten te genezen, de kracht om wonderen te doen, de gave van de profetie, de onderscheiding van geesten, het vermogen om in talen te spreken of de betekenis ervan uit te leggen. 11 Dit alles is het werk van één en dezelfde Geest, die aan ieder zijn gaven uitdeelt zoals Hij het wil.

 L'Esprit du Christ

 

Spiritualiteit en engagement

Jan Degraeuwe

1 Ko 11:17-25

Telkens als u dus dit brood eet en uit de beker drinkt, verkondigt u de dood van de Heer totdat Hij komt. Wie dan op onwaardige wijze het brood eet of uit de beker van de Heer drinkt, bezondigt zich aan het lichaam en het bloed van de Heer. Iedereen moet zichzelf onderzoeken alvorens van het brood te eten en uit de beker te drinken. Wie eet en drinkt zonder het lichaam te onderkennen, eet en drinkt zijn eigen vonnis. Daarom zijn er onder u zo velen ziek en zwak, en is een aantal van u gestorven. Als wij onszelf zouden beoordelen, vielen wij niet onder dit oordeel. Maar het oordeel van de Heer tuchtigt ons, opdat wij niet met de wereld veroordeeld worden. Daarom, broeders en zusters, wanneer u samenkomt voor de maaltijd, wacht op elkaar. Als iemand honger heeft, moet hij thuis maar eten; anders leidt uw bijeenkomst tot uw veroordeling. De rest zal ik regelen wanneer ik kom.

 Solidaires d'une même cause

 

De maaltijd van de Heer

Bernard De Cock

1 Ko 11:17-25

Nu ik toch bezig ben voorschriften te geven: ik vind het niet prijzenswaardig dat uw bijeenkomsten meer kwaad dan goed doen. Om te beginnen hoor ik dat er bij u verdeeldheid heerst tijdens de samenkomsten van uw gemeente, en ik ben geneigd het te geloven: onenigheid is bij u nu eenmaal onvermijdelijk, wil het duidelijk worden wie van u betrouwbaar zijn. Zoals u nu samenkomt, kan er geen sprake zijn van de maaltijd van de Heer. Want iedereen gebruikt bij het eten vlug zijn eigen maal, met als gevolg dat sommigen honger lijden en anderen dronken zijn. U kunt toch thuis eten en drinken? Of minacht u de gemeente van God, en wilt u hen die niets hebben beschaamd maken? Wat moet ik hierop zeggen? Kan ik u prijzen? Op dit punt zeker niet. Zelf heb ik van de Heer de overlevering ontvangen die ik u op mijn beurt heb doorgegeven: dat de Heer Jezus in de nacht waarin Hij werd overgeleverd, een brood nam, het dankgebed sprak, het brood in stukken brak en zei: ‘Dit is mijn lichaam; het is voor jullie. Blijf dit doen om Mij te gedenken.’ Na de maaltijd zei Hij zo ook van de beker: ‘Deze beker is het nieuwe verbond door mijn bloed. Blijf dit doen om Mij te gedenken, telkens wanneer jullie eruit drinken.’

 Vivre ce que l'on célèbre

 

Hoofd- en bijzaken

Michael-Dominique Magielse

1 Ko 11:1-16

Wees mijn navolgers, zoals ik het ben van Christus. Ik vind het prijzenswaardig dat u bij alles aan mij blijft denken, en dat u zich houdt aan de overleveringen die ik u heb doorgegeven. Maar ik verzoek u wel te bedenken dat Christus het hoofd is van iedere man, maar de man het hoofd van de vrouw, en God het hoofd van Christus. Een man die onder het bidden of profeteren het hoofd bedekt houdt, doet zijn hoofd schande aan. Een vrouw daarentegen brengt schande over haar hoofd wanneer zij blootshoofds bidt of profeteert; ik vind dat even erg als wanneer haar hoofd kaalgeschoren was. Als een vrouw geen sluier hoeft te dragen, kan ze net zo goed haar haar laten afknippen. Maar als het voor haar een schande is om kortgeknipt of kaalgeschoren te zijn, laat haar dan wel een sluier dragen. Een man hoeft zijn hoofd niet te bedekken, want hij is het beeld van Gods glorie, maar de vrouw is de glorie van haar man. De man komt niet voort uit de vrouw, maar de vrouw uit de man; ook is de man niet geschapen omwille van de vrouw, maar de vrouw omwille van de man. Daarom moet de vrouw een teken van gezag op het hoofd dragen, omwille van de engelen. Overigens kan in de Heer de vrouw niet buiten de man, en de man niet buiten de vrouw: zoals de vrouw uit de man voortkomt, zo is de man er door de vrouw, en alles is uit God. Zeg nu zelf: is het passend dat een vrouw met onbedekt hoofd tot God bidt? Leert de natuur zelf u niet dat het voor een man een schande is het haar lang te dragen, terwijl het voor de vrouw juist een sieraad is? Want het haar is de vrouw gegeven bij wijze van sluier.

 La création d'un monde inachevé

 

Alles mag?

Anton-Marie Milh

1 Ko 10:23-33

‘Alles is geoorloofd.’ Ja, maar niet alles is heilzaam. ‘Alles mág.’ Ja, maar niet alles is opbouwend. Laat niemand zijn eigen voordeel zoeken maar dat van anderen. Alles wat in de vleeshal wordt verkocht mag u eten, zonder uit gewetensbezwaar navraag te doen. 26 Want aan de Heer behoort de aarde en al wat zij bevat. Wanneer een ongelovige u uitnodigt en u besluit te gaan, eet dan gerust alles wat u wordt voorgezet, zonder uit gewetensbezwaar navraag te doen. Maar als iemand u zegt: ‘Dit is aan de goden gewijd vlees’, eet er dan niet van, ter wille van degene die u er opmerkzaam op maakte, en omwille van het geweten. Ik bedoel nu niet uw eigen geweten, maar dat van die ander. Want waarom zou ik mijn vrijheid onderwerpen aan het oordeel van andermans geweten? Als ik onder dankzegging iets gebruik, hoe kan iets waarvoor ik God dank zeg mij dan worden kwalijk genomen? Of u dus eet of drinkt, of wat dan ook doet, doe alles tot eer van God. Geef geen aanstoot, noch aan Joden noch aan Grieken noch aan Gods kerk. Ook ik tracht allen zoveel mogelijk ter wille te zijn, en zoek niet mijn eigen voordeel, maar dat van anderen, opdat allen gered worden.

 Cas de conscience(s)

 

Houd u ver van afgoderij en demonen

Rik Nuytten

1 Ko 10:14-22

Houd u dus ver, geliefden, van afgoderij. Ik spreek tot verstandige mensen: vorm uw eigen oordeel over wat ik ga zeggen. De beker van de zegening, die wij zegenen, geeft ons gemeenschap met het bloed van Christus. En het brood dat wij breken, geeft ons gemeenschap met het lichaam van Christus. Omdat het één brood is, vormen wij allen tezamen één lichaam, want allemaal hebben wij deel aan het ene brood. Kijk ook naar het Joodse volk: zij die de offers nuttigen, hebben bij hen immers deel aan het altaar. Ik zeg niet dat offervlees iets bijzonders is, of dat een afgod iets te betekenen heeft. Maar wel dat de heidenen offers opdragen aan demonen en niet aan God; en ik wil niet dat u gemeenschap aangaat met de demonen. U kunt niet uit de beker van de Heer drinken én uit de beker van de demonen; u kunt niet deelhebben aan de tafel van de Heer én aan de tafel van de demonen. Of willen wij de Heer uitdagen? Zijn wij soms sterker dan Hij?

 Un seul corps

 

Omdat het einde der tijden op ons afkomt

Antoinette Van Mossevelde

1 Ko 10:1-13

Vergeet dit nooit, broeders en zusters: onze vaderen verbleven allemaal onder de wolk en trokken allemaal door de zee; zij zijn allemaal in Mozes gedoopt door de wolk en de zee; zij aten allemaal hetzelfde geestelijk voedsel en dronken allemaal dezelfde geestelijke drank, want zij dronken uit een geestelijke rots die met hen meetrok, en die rots was Christus. Maar in de meesten van hen heeft God geen welgevallen gehad; immers, zij werden in de woestijn geveld. Voor ons zijn deze gebeurtenissen een les om niet naar het kwade te verlangen, zoals zij deden. Dien geen afgoden, zoals sommigen van hen gedaan hebben. Het schriftwoord zegt: Het volk ging zitten om te eten en te drinken, en stond op om te spelen. Laten wij geen ontucht plegen, zoals sommigen van hen: op één dag vielen er drieëntwintigduizend doden. En laten wij de Heer niet tarten, zoals sommigen van hen gedaan hebben: slangen brachten hen om.  En mopper niet tegen God, zoals sommigen van hen gemopperd hebben: de verderver bracht hen om. Wat hun overkwam is voor ons een voorbeeld; het werd te boek gesteld als een waarschuwing, omdat het einde der tijden op ons afkomt. Daarom, wie meent te staan, moet oppassen dat hij niet valt. U hebt nog geen enkele beproeving doorstaan die de menselijke maat overschrijdt. God is getrouw: Hij zal niet toelaten dat u boven uw krachten beproefd wordt. Mét de beproeving bepaalt Hij ook de uitkomst, zodat u haar kunt doorstaan.

 La fidélité dans l'action de grâces

 

Een andere bucket list

Marie-Ann De Cocker

1 Ko 7:25-31

Voor de ongehuwden heb ik geen gebod van de Heer, maar ik geef mijn mening, die door de ontferming van de Heer betrouwbaar is. Ik houd dit voor het beste. In onze zware tijden is het voor een mens het beste zo te leven: bent u aan een vrouw gebonden, zoek dan geen scheiding; bent u niet aan een vrouw gebonden, zoek dan geen vrouw.Maar als u wel trouwt, zondigt u niet, en ook het meisje dat trouwt, doet geen zonde. Alleen halen zulke mensen zich beslommeringen op de hals, en dat zou ik u willen besparen. Ik bedoel dit, broeders en zusters: de tijd is kort. Laten daarom zij die een vrouw hebben, doen alsof zij er geen hadden; zij die huilen, alsof zij niet huilden; zij die zich verheugen, alsof zij niet verheugd waren; zij die kopen, alsof zij geen eigenaar werden. Zij die met het aardse omgaan, moeten er niet in opgaan, want de wereld die wij zien, gaat voorbij.

 Lettre à Paul, une voix de femme

 

Vrij worden ? Hoezo ?

Mark Butaye

1 Ko 7:18-24

Was iemand besneden toen hij geroepen werd, dan moet hij het niet laten verhelpen; was iemand onbesneden, dan moet hij zich niet laten besnijden. Het gaat er niet om of men besneden is of onbesneden, het gaat alleen om het onderhouden van Gods geboden. Laat iedereen blijven zoals hij bij zijn roeping was! Bent u als slaaf geroepen, laat het u niet verdrieten; en zelfs als u vrij kunt worden, blijf dan toch liever slaaf. Want de slaaf die door de Heer geroepen wordt, is een vrijgelatene van de Heer; en omgekeerd is hij die als vrij man geroepen werd, een slaaf van Christus. U bent gekocht en de prijs is betaald. Word geen slaven van mensen. Broeders en zusters, laat dus iedereen voor God blijven in die staat waarin hij werd geroepen.

 Souriez… On ne bouge plus !

 

Barmhartigheid

Michael-Dominique Magielse

1 Ko 6:1-11

Is het waar dat sommigen van u hun recht gaan zoeken bij de onrechtvaardigen, en niet bij de heiligen, als zij een kwestie hebben met een medechristen? Weet u dan niet dat de heiligen over de wereld zullen oordelen? En als het oordeel over de wereld bij u berust, zou u dan niet bevoegd zijn voor de meest onbeduidende rechtszaken? Weet u niet dat wij over engelen zullen oordelen? Hoeveel te meer dan over alledaagse zaken! Voor alledaagse geschillen laat u hen die in de gemeente niet in tel zijn zitting houden? Om u te beschamen zeg ik dit. Is er onder u niet één verstandig man die tussen broeders uitspraak kan doen? Moet dan de ene broeder tegen de andere procederen, en dat nog wel ten overstaan van ongelovigen? Dat u tegen elkaar processen voert, is al treurig genoeg. Waarom lijdt u niet liever onrecht? Waarom laat u zich niet liever benadelen? Maar u pleegt zelf onrecht, zelf berokkent u schade, en nog wel aan broeders. Weet u niet dat zij die onrecht plegen, geen deel zullen hebben aan het koninkrijk van God? Maak uzelf niets wijs! Hoerenlopers, afgodendienaren, echtbrekers, schandknapen, knapenschenders, dieven, uitbuiters, dronkaards, lasteraars, oplichters, zij zullen geen deel hebben aan het koninkrijk van God. Sommigen van u zijn dat wel geweest, maar nu bent u schoon gewassen; u bent geheiligd, u bent gerechtvaardigd in de naam van de Heer Jezus Christus en door de Geest van onze God.

 Sanctifiés par le Seigneur

 

Grote schoonmaak

Annemie Deckers

1 Ko 5:8-13

Wij moeten ons feest vieren, niet met de oude zuurdesem, de zuurdesem van slechtheid en boosheid, maar met het ongezuurde brood van reinheid en waarheid. In mijn brief schreef ik al dat u niet moest omgaan met mensen die zich aan ontucht overgeven. Natuurlijk bedoelde ik niet alle ontuchtigen ter wereld, of uitbuiters, oplichters en afgodendienaren in het algemeen. Dan zou u de wereld moeten verlaten. Nee, wat ik bedoel is dat u niet moet omgaan met elke zogenaamde christen die erop los leeft of hebzuchtig is, of met een afgodendienaar, lasteraar, dronkaard of oplichter. Met zo iemand moet u zelfs niet eten. Ik heb toch niet te oordelen over de buitenstaanders? U oordeelt zelf immers ook alleen over mensen uit uw eigen kring. Over de anderen zal God wel oordelen. Verwijder die boosdoener uit uw midden.

 L’Eglise est-elle une secte ?

 

Heikele probleemsituaties

Antoinette Van Mossevelde

1 Ko 5:1-8

Men hoort algemeen spreken van ontucht onder u, en wel van de soort die zelfs bij de heidenen niet voorkomt: dat iemand leeft met de vrouw van zijn vader. En daar bent u ook nog trots op? Was maar liever in de rouw gegaan! Dan zou de man die zoiets heeft bedreven uit uw midden verwijderd zijn. Ik voor mij, hoewel lichamelijk afwezig, maar in de geest aanwezig, heb reeds, alsof ik bij u was, het vonnis geveld over hem die dat heeft durven doen: in de naam van onze Heer Jezus en met zijn kracht moet u in een bijeenkomst waarbij ik in de geest aanwezig ben, die man uitleveren aan de satan, tot ondergang van zijn lichaam, maar tot redding van zijn geest op de dag dat de Heer komt. Uw zelfvoldaanheid staat u niet fraai. U weet toch dat een beetje zuurdesem genoeg is om het hele deeg zuur te maken? Doe de oude zuurdesem weg, om vers deeg te worden. U moet zijn als ongezuurde broden, want ook ons paaslam is geslacht: Christus.

 L'audace de l'humilité

 

Het gaat weer eens over de kerk

Patrick Lens

1 Ko 3:4-8

Als de een zegt: ‘Ik ben van Paulus’, en de ander: ‘Ik van Apollos’, bent u dan niet al te menselijk? Wat zijn Apollos en Paulus eigenlijk? Niet meer dan dienaren die u geholpen hebben om tot het geloof te komen, en wel ieder op zijn eigen manier, zoals de Heer het ons vergund heeft: ik heb geplant, Apollos heeft begoten, maar God gaf de groei. Noch hij die plant betekent iets, noch hij die begiet, maar alleen God, die de wasdom geeft. Wie plant en wie begiet staan op één lijn, al ontvangt wel ieder loon naar eigen inspanning.

   Unité dans la diversité

 

Papfles

Mark Butaye

1 Ko 3:1-3

Maar het was mij destijds niet mogelijk, broeders en zusters, tot u te spreken alsof u reeds geestelijk was en geen zondig leven meer leidde. In Christus was u nog zo onnozel! Melk moest ik u geven, geen vast voedsel; dat kon u nog niet verdragen. Zelfs nu kunt u het niet, 3 want u leidt nog altijd een zondig leven. Of is het geen uiting van een zondig leven en van kleinmenselijk gedrag, dat er onder u jaloersheid en ruzies bestaan?

   Les spirituels et les charnels

 

Gelijk aan Christus

Bernard De Cock



1 Ko 2:13-16

En daarover spreken wij, geestelijke gaven uitleggend aan geestelijke mensen, met woorden die ons niet door menselijke wijsheid maar door de Geest zijn geleerd. Van nature aanvaardt de mens niet wat komt van de Geest van God; het is dwaasheid voor hem, hij kan het niet vatten, want het kan alleen beoordeeld worden in het licht van de Geest. Een geestelijk mens kan alles beoordelen, maar over hem oordeelt niemand. Wie kent de gezindheid van de Heer? Wie kan Hem raad geven? Wij echter hebben de gezindheid van Christus.

   Dieu existe !

 

De gave van inzicht

Annemie Deckers



1 Ko 2:9-12

Hierover zegt de Schrift: Wat geen oog heeft gezien, geen oor heeft gehoord, wat in geen mensenhart is opgekomen, dat heeft God bereid voor wie Hem liefhebben. Ons heeft God dat geopenbaard door de Geest. Want de Geest doorgrondt alles, zelfs de diepste geheimen van God. Wie van ons mensen kent iemands wezen? Alleen zijn eigen geest. Zo kent alleen de Geest van God het wezen van God. Wij hebben niet de geest van de wereld ontvangen, maar de Geest die van God komt. Zo weten wij alles wat God ons in zijn genade gegeven heeft.

   La source des sources

 

Plaats maken voor een andere wijsheid

Jan Degraeuwe



1 Ko 2:1-8

Wat mijzelf betreft, broeders en zusters, toen ik u het geheim van God kwam verkondigen, deed ik dat niet met vertoon van welsprekendheid of geleerdheid. Ik had mij voorgenomen u niets anders bij te brengen dan Jezus Christus, die gekruisigde. Bovendien voelde ik mij toen zwak, onzeker en angstig. Het woord dat ik u verkondigde, overtuigde niet door geleerde woorden, maar het getuigde van de kracht van de Geest: uw geloof moest niet steunen op menselijke wijsheid, maar op de kracht van God. Over wijsheid spreken wij wel onder de ingewijden, maar dat is niet de wijsheid van deze wereld of van de machten van deze wereld, die onttroond zullen worden. Maar wij verkondigen Gods geheimnisvolle wijsheid, het verborgen plan dat door God van alle eeuwigheid af is ontworpen, en bestemd is voor onze verheerlijking. Geen van de machten van deze wereld heeft ervan geweten. Als zij ervan geweten hadden, zouden zij de Heer der heerlijkheid niet gekruisigd hebben.

   Craintif et tremblant

 

  • 1
  • 2



© Dominicains de Belgique 2019
© Dominicanen van België 2019

webmaster@dominicains.tv

 www.aelf.org - www.rkbijbel.nl