Vijfde zondag van de veertigdagentijd (A)

Anton-Marie Milh



Vijfde zondag van de veertigdagentijd (A)

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes (Joh. 11,1-45)

In die tijd
was er iemand ziek, een zekere Lazarus uit Betanië,
het dorp van Maria en haar zuster Marta.
Maria was de vrouw, die de Heer met geurige olie had gezalfd
en zijn voeten met haar haren had afgedroogd.
De zieke Lazarus was haar broer.
De zuster van Lazarus stuurde Jezus de boodschap:
“Heer, die Gij liefhebt, is ziek.”
Toen Jezus dit hoorde, zei Hij:
“Deze ziekte voert niet tot de dood,
maar is om Gods glorie,
opdat de Zoon Gods er door verheerlijkt moge worden.”

Lees meer

Reizen met Paulus #2 - Damascus

Reimund Bieringer



Reimund Bieringer is professor Nieuwe Testament exegese aan de Faculteit Theologie en Religiewetenschappen  van de KU Leuven, coördinator van de onderzoekseenheid Bijbelwetenschap en voorzitter van de Vlaamse Bijbelstichting.

Video gemaakt in samenwerking met Thomas (godsdienstonderwijs.be).

Islam terrorisme versus een kritische islam

Emilio Platti


De zoektocht van de mens naar een uiteindelijke waarheid die zin en  betekenis geeft aan het leven kan een gesloten denken en houding worden. Als ‘mijn waarheid’ niet ‘uw waarheid’ is en de bovenhand wil halen, zaaien we machtsverhoudingen en  vijanden. Wanneer de moslim de Tekst van de openbaring tot absolute wet maakt en elke interpretatie of meerzinnigheid uitsluit, ligt een politieke Islam onmiddellijk op de loer. Het terrorisme dat zich van Islam bedient om alle interpretaties en strekkingen te bestrijden beantwoordt niet aan de oorspronkelijke geest van Islam.

 

 

Vierde zondag van de veertigdagentijd (A)

Mark Butaye



Vierde zondag van de veertigdagentijd (A)

De blindgeborene.  Joh. 9, 1-41          
Een besmettelijke genezing. 

Waarom worden menselijke tragedies soms zo gemakkelijk, zo goedkoop becommentarieerd ? Er breekt een crisis uit, de doden zijn nog niet koud en de verhalen doen al de ronde. Kan de mens misschien de kwetsbaarheid van het leven niet in de ogen kijken ? Heeft men last van onmacht en verbergt men onwennigheid achter enkele krachtige clichés, waarmee men zichzelf wil beschermen? Johannes voert een man op die blind is vanaf zijn geboorte. Hij heeft de wereld en Gods schepping nog nooit kunnen aankijken. Hij kent het gelaat van zijn buren niet. Hij ziet niet hoe ogen kunnen kijken, … mild of starend. Maar niettemin vermoed ik dat de blindgeboren man wél degelijk ‘ziet’. Zien zonder ogen. Ik vermoed dat hij wéét en begrijpt hoe mensen over hem denken en hem stigmatiseren tot een zombie. Echt zien, weet hij, is méér dan zomaar kijken. Er is een hemelsbreed verschil tussen kijken, zien en begrijpen.  Hij staat op straat en een groepje mensen geeft commentaar :  “Dat zijn ouders zo en zo zijn” en “dat ze het eigenlijk verdiend hebben met die zoon van hen”, “eigen schuld dikke bult…” “ ze hadden maar niet dit en dat.. “ enzovoort. Dit soort commentaren herleidt de man, heel zijn persoon, tot de verantwoordelijkheid en de schuld van zijn ouders, en zijn toestand wordt bevestigd als een rechtmatige straf van God. Blinde uitspraken.  Daarmee is de cirkel rond. De gekwetste schepping, hier in het beeld van een gehandicapte, word herleid tot een rechtvaardige daad van God.  Gods straf legitimeert dat ook wij hem isoleren en uitsluiten. 

Lees meer

Mystiek, Perzische poëzie en islam

Emilio Platti


Kan de moslim zich in vertrouwen wenden tot “De Onzichtbare” wanneer hij, door tegenslagen gekweld als Job in de Bijbel, nooit een antwoord krijgt van Wie hij aanroept ? Botst een biddende moslim echt op een zwijgende Onzichtbare ? De Perzische dichter Rumi beschrijft onder meer hoe het gebed van de moslim de ‘Onzichtbare’ tot spreken en tot antwoord laat komen. De mystieke of religieuze mens wordt in zijn Godsverhouding niet beroofd van zijn menselijk-zelfstandige capaciteiten.


 

Derde zondag van de veertigdagentijd (A)

Patrick Lens



Derde zondag van de veertigdagentijd (A)

John 4, 5-42

In die tijd kwam Jezus in een stad van Samaria, Sichar genaamd,
dichtbij het stuk grond dat Jakob aan zijn zoon Jozef had gegeven.
Daar bevond zich de bron van Jakob
en vermoeid van de tocht
ging Jezus zo maar bij deze bron zitten.
Het was rond het middaguur.
Toen een vrouw uit Samaria water kwam putten
zei Jezus tot haar:
“Geef Mij te drinken.”

Lees meer