Les Actes du Royaume

Frère Dominique COLLIN
Dimanche de Pâques

Prologue

Actes 1,1-11

Cher Théophile, dans mon premier livre, j’ai parlé de tout ce que Jésus a fait et enseigné, depuis le moment où il commença,  jusqu’au jour où il fut enlevé au ciel, après avoir, par l’Esprit Saint, donné ses instructions aux Apôtres qu’il avait choisis.  C’est à eux qu’il s’est présenté vivant après sa Passion ; il leur en a donné bien des preuves, puisque, pendant quarante jours, il leur est apparu et leur a parlé du royaume de Dieu. Au cours d’un repas qu’il prenait avec eux, il leur donna l’ordre de ne pas quitter Jérusalem, mais d’y attendre...

Een tomeloos avontuur

Pater Bernard de Cock
Paaszondag

Jezus' laatste opdracht
Hand 1,1-11

Het eerste boek, dat ik geschreven heb, Teófilus, ging over alles wat Jezus gedaan en geleerd heeft tot aan de dag waarop Hij zijn opdracht gaf aan de apostelen die Hij door de heilige Geest had uitgekozen, en ten hemel werd opgenomen. Na zijn sterven toonde Hij hun met vele bewijzen dat Hij in leven was. Hij verscheen hun gedurende veertig dagen en sprak met hen over het Rijk Gods. Terwijl Hij met hen at, beval Hij hun Jeruzalem niet te verlaten maar de belofte van de Vader af te wachten, “die gij van Mij vernomen hebt: Johannes doopte met water, maar

La prière au Cénacle

Frère Raphaël Devillers
Lundi dans l'Octave de Pâques

Prologue

Actes 1,12-14

Alors, ils retournèrent à Jérusalem depuis le lieu-dit « mont des Oliviers » qui en est proche, – la distance de marche ne dépasse pas ce qui est permis le jour du sabbat.  13 À leur arrivée, ils montèrent dans la chambre haute où ils se tenaient habituellement ; c’était Pierre, Jean, Jacques et André, Philippe et Thomas, Barthélemy et Matthieu, Jacques fils d’Alphée, Simon le Zélote, et Jude fils de Jacques.  14 Tous, d’un même cœur, étaient assidus à la prière, avec des femmes, avec Marie la mère de Jésus, et avec ses frères.

Bidden helpt

Pater Patrick Lens
Maandag onder het octaaf van Pasen

Eensgezins in gebed
Hand 1,12-14

Toen keerden zij van de berg, die de Olijfberg heet, naar Jeruzalem terug. Deze ligt dichtbij Jeruzalem op sabbatsafstand. 13Daar aangekomen gingen zij naar de bovenzaal waar ze verblijf hielden: Petrus en Johannes, Jakobus en Andreas, Filippus en Tomas, Bartolomeus en Matteüs, Jakobus, zoon van Alfeüs, Simon de IJveraar en Judas, de broer van Jakobus. 14Zij allen bleven eensgezind volharden in gebed samen met de vrouwen, met Maria, de moeder van Jezus, en met zijn broeders.

Doe ze nog eens vol !

Anton Milh
Dinsdag onder het octaaf van Pasen

Doe ze nog eens vol !
Hand, 1,15-24;2,1-13

In die dagen stond Petrus op te midden van de broeders – er was een groep bijeen van ongeveer honderdtwintig personen – en hij zei: ‘Broeders! Het schriftwoord moest in vervulling gaan, dat de heilige Geest bij monde van David tevoren heeft gesproken met het oog op Judas, de gids van hen die Jezus arresteerden. Immers, hij werd tot onze kring gerekend en had deel aan onze taak. Hij kocht een stuk grond van het loon voor zijn misdaad, viel voorover en barstte open, zodat zijn ingewanden naar buiten puilden.

Recevoir l'Esprit

Frère Philippe Henne
Mardi dans l'Octave de Pâques

Prologue

Actes, 1,15-24;2,1-13

En ces jours-là, Pierre se leva au milieu des frères qui étaient réunis au nombre d’environ cent vingt personnes, et il déclara : « Frères, il fallait que l’Écriture s’accomplisse. En effet, par la bouche de David, l’Esprit Saint avait d’avance parlé de Judas, qui en est venu à servir de guide aux gens qui ont arrêté Jésus : ce Judas était l’un de nous et avait reçu sa part de notre ministère ; puis, avec le salaire de l’injustice, il acheta un domaine ; il tomba la tête la première, son ventre éclata, et toutes ses entrailles se répandirent.

Continuiteit

Marie-Ann De Cocker
Woensdag onder het octaaf van Pasen

Continuiteit
Hand, 2,14-36

Toen trad Petrus met de elf naar voren, verhief zijn stem en sprak hen als volgt toe: ‘Joden, inwoners van Jeruzalem, dit moet u allen weten, luister aandachtig naar mijn woorden! Want deze mensen zijn niet dronken, zoals u denkt – het is trouwens pas het derde uur van de dag – maar hier gebeurt wat gezegd is door de profeet Joël: En het zal gebeuren in de laatste dagen, zegt God, dat Ik mijn Geest zal uitgieten over alle mensen; uw zonen en uw dochters zullen profeteren, de jongeren onder u zullen visioenen zien en de ouderen zullen dromen dromen; ja, over mijn dienaren en mijn dienaressen zal Ik in die dagen mijn Geest uitgieten, en zij zullen profeteren. Ik zal wonderen verrichten aan de hemel boven en tekenen op de aarde beneden: bloed en vuur en walmende rook.

Gemeenschapsvorming

Jan Degraeuwe
Zesde zondag van Pasen

Gemeenschapsvorming door de doop
Hand, 19,1-20

Terwijl Apollos in Korinte vertoefde, reisde Paulus door het binnenland naar Efeze. Hij ontmoette er enkele leerlingen en zei tegen hen: ‘Hebt u heilige Geest ontvangen toen u gelovig werd?’ Zij antwoordden hem: ‘Maar wij hebben nog nooit van het bestaan van een heilige Geest gehoord.’ Hij vroeg: ‘Wat voor doop hebt u dan gekregen?’ Zij zeiden: ‘De doop van Johannes.’ Daarop zei Paulus: ‘Johannes doopte een doop van bekering en wees het volk erop dat ze moesten geloven in degene die na hem zou komen, dat wil zeggen in Jezus.’ Na die woorden lieten ze zich dopen in de naam van de Heer Jezus. Paulus legde hun de handen op en de heilige Geest kwam op hen, en zij spraken in talen en profeteerden. Het waren in totaal zo’n twaalf man. 

Le discours de Pierre

Myriam Tonus
Mercredi dans l'Octave de Pâques

Le discours de Pierre
Actes, 2,14-36

Alors Pierre, debout avec les onze autres Apôtres, éleva la voix et leur fit cette déclaration : « Vous, Juifs, et vous tous qui résidez à Jérusalem, sachez bien ceci, prêtez l’oreille à mes paroles. Non, ces gens-là ne sont pas ivres comme vous le supposez, car c’est seulement la troisième heure du jour. Mais ce qui arrive a été annoncé par le prophète Joël : Il arrivera dans les derniers jours, dit Dieu, que je répandrai mon Esprit sur toute créature : vos fils et vos filles prophétiseront, vos jeunes gens auront des visions, et vos anciens auront des songes.

Raak niet aan onze winst

Antoinette Van Mossevelde
Maandag na de zesde week van Pasen

Raak niet aan onze winst
Hand, 19,21-40

Na al deze gebeurtenissen vatte Paulus het plan op om over Macedonië en Achaïa naar Jeruzalem te reizen. “Wanneer ik daar geweest ben,” zei hij, “moet ik ook Rome bezoeken.” Hij zond twee van zijn medehelpers, Timóteüs en Erastus, vooruit naar Macedonië en bleef zelf nog een tijd in Asia. In die tijd werd de Weg aanleiding tot grote opschudding. Een zekere Demétrius namelijk, een zilversmid die zilveren Artemistempeltjes maakte, verschafte daarmee aan de vaklui ruime verdiensten.

Een echte ontmoeting

Marcel Braekers
Vrijdag onder het octaaf van Pasen

Een echte ontmoeting
Hand, 3,1-10

Eens gingen Petrus en Johannes op de gebedstijd – het negende uur – naar de tempel. Nu was er een man, al vanaf de moederschoot verlamd, die elke dag daarheen werd gedragen en bij de tempelingang, die de Schone heet, werd neergezet om een aalmoes te vragen aan de mensen die de tempel ingingen. Toen hij Petrus en Johannes zag, die juist de tempel wilden binnengaan, vroeg hij om een aalmoes.

De qui aurais-je crainte?

Philippe Cochinaux
Jeudi dans l'Octave de Pâques

La crainte de Dieu était dans tous les coeurs
Actes, 2,37-47

Les auditeurs furent touchés au cœur ; ils dirent à Pierre et aux autres Apôtres : « Frères, que devons-nous faire ? » Pierre leur répondit : « Convertissez-vous, et que chacun de vous soit baptisé au nom de Jésus Christ pour le pardon de ses péchés ; vous recevrez alors le don du Saint-Esprit. Car la promesse est pour vous, pour vos enfants et pour tous ceux qui sont loin, aussi nombreux que le Seigneur notre Dieu les appellera. » 

Een succesverhaal

Antoinette Van Mossevelde
Donderdag onder het octaaf van Pasen

Participeren aan overvloed door te delen
Hand, 2,37-47

Toen zij dit hoorden kromp hun hart ineen en ze zeiden tegen Petrus en de andere apostelen: ‘Wat moeten wij doen, broeders?’ Petrus zei tegen hen: ‘Bekeer u! Ieder van u moet zich laten dopen in de naam van Jezus Christus tot vergeving van uw zonden. Dan zult u de gave van de heilige Geest ontvangen.  De belofte geldt immers voor u en uw kinderen, en voor allen ver weg, die de Heer onze God erbij zal roepen.’

Guérison d'un infirme

Laurent Mathelot
Vendredi dans l'Octave de Pâques

Guérison d'un infirme au Temple
Actes, 3,1-10

Pierre et Jean montaient au Temple pour la prière de l’après-midi, à la neuvième heure. On y amenait alors un homme, infirme de naissance, que l’on installait chaque jour à la porte du Temple, appelée la « Belle-Porte », pour qu’il demande l’aumône à ceux qui entraient. Voyant Pierre et Jean qui allaient entrer dans le Temple, il leur demanda l’aumône. 

Gelukzak

Marie-Ann de Cocker
Dinsdag na de zesde week van Pasen

Gelukzak
Hand, 20,1-38

Toen het tumult bedaard was, riep Paulus de leerlingen bij elkaar en bemoedigde hen; daarna nam hij afscheid en ging hij op weg naar Macedonië.  Op zijn tocht door dat gebied bemoedigde hij hen met menige toespraak en zo kwam hij in Griekenland.  Daar bleef hij drie maanden. Juist toen hij wilde afvaren naar Syrië, beraamden de Joden een aanslag op hem; daarom besloot hij terug te keren via Macedonië.

Koppig en eigenwijs

Patrick Lens
Woensdag na de zesde week van Pasen

Koppig en eigenwijs
Hand, 21,1-16

Met moeite maakten wij ons van hen los. We kozen zee en koersten rechtstreeks naar Kos, de volgende dag naar Rodos en vandaar naar Patara. Daar vonden wij een schip dat zou oversteken naar Fenicië; we gingen aan boord en voeren weg. Toen we Cyprus in zicht kregen, lieten we het aan bakboord liggen, zeilden door naar Syrië en gingen in Tyrus aan land; want daar moest het schip zijn lading lossen. We bleven daar zeven dagen en zochten de leerlingen op. Op ingeving van de Geest zeiden zij tegen Paulus dat hij niet naar Jeruzalem moest gaan.

Een witte pagina

Mark Butaye
Hemelvaart

Een witte pagina
Hand, 21,17-36

Toen wij in Jeruzalem aankwamen, ontvingen de broeders ons met vreugde. De volgende dag ging Paulus met ons naar Jakobus, bij wie ook alle oudsten samengekomen waren. Hij begroette hen en verhaalde in bijzonderheden wat God door zijn dienstwerk onder de heidenen had tot stand gebracht. Toen zij dat vernamen, verheerlijkten zij God, maar ook zeiden ze tot hem: “Gij ziet, broeders, hoe geweldig groot het getal is van de Joden die gelovig zijn geworden en allen zijn ijveraars voor de Wet. Nu heeft men over u horen zeggen, dat gij aan alle Joden die onder de heidenen leven afval van Mozes leert door te verklaren, dat ze hun kinderen niet moeten besnijden en niet moeten leven volgens de gebruiken. Wat nu te doen?

Gods plannen

Annemie Deckers
Vrijdag na de 6e zondag van Pasen

Onze plannen en Gods plannen
Hand, 21,37-22,29

Op het punt de kazerne binnengebracht te worden zei Paulus tot de bevelhebber: “Mag ik u misschien iets zeggen?” Hij antwoordde: “Kent ge Grieks?” Ge zijt dus niet de Egyptenaar, die een tijd geleden oproer gewekt heeft en met vierduizend Sicariërs de woestijn is ingetrokken?” Maar Paulus zei: “Ik ben een Jood uit Tarsus in Cilicië, burger van een niet onaanzienlijke stad. En ik verzoek u: Sta mij toe het woord tot het volk te richten.” Nadat hem dit toegestaan was, ging Paulus op de trappen staan en gaf met de hand een teken aan het volk.

Religie en geweld

Marcel Braeckers
Zaterdag na de 6e zondag van Pasen

Religie en geweld
Hand, 22,30-22,22

Omdat hij nauwkeurig wilde weten waarvan hij door de Joden beschuldigd werd, liet hij hem daags daarna uit de gevangenis halen en gaf bevel, dat de hogepriesters en heel het Sanhedrin zouden bijeenkomen. Daarna liet hij Paulus erheen brengen en voor hen plaatsnemen. Paulus liet zijn blik over het Sanhedrin gaan en begon te spreken: “Mannen broeders, met een volkomen zuiver geweten heb ik tot op de dag van vandaag voor God geleefd.” Maar de hogepriester Ananías gaf aan die naast Paulus stonden opdracht hem op de mond te slaan. Toen voegde Paulus hem toe: “God zal u slaan, witgekalkte muur! Gij zit daar om recht over mij te spreken volgens de Wet, en beveelt in strijd met de Wet mij te slaan?”

Het vreemde genezen

Mark Butaye
Zaterdag onder het octaaf van Pasen

Het vreemde genezen
Hand, 3,11-26

Terwijl de man zich aan Petrus en Johannes vastklampte, dromde al het volk geschrokken bij hen samen in de zogeheten Zuilengang van Salomo. Petrus zag dat en sprak daarop het volk toe: ‘Israëlieten, waarom verwondert u zich hierover en waarom staart u ons aan als hadden wij hem uit eigen kracht of vroomheid doen lopen? De God van Abraham en de God van Isaak en de God van Jakob, de God van onze vaderen, heeft zijn knecht verheerlijkt, Jezus, die u hebt uitgeleverd en voor Pilatus hebt verloochend, toen die Hem wilde vrijlaten.



© Dominicains de Belgique 2019
© Dominicanen van België 2019

webmaster@dominicains.tv

 www.aelf.org - www.rkbijbel.nl